Facebook Google+

Landhuis Knip

Het mooiste historische landhuis van Curaçao is zonder enige twijfel Landhuis Knip uit 1830. De plantage Knip werd al gesticht in 1694 en had een oppervlakte van 850 hectare. Op plantage Knip werden divi-divi-vruchten, kenepa-vruchten, watapana-peulen, aardappelen en meloenen gekweekt en verbouwd. Dat verklaart ook direct waarom Landhuis Knip de bijnaam Landhuis Kenepa heeft, refererend naar de kenepa-vruchten die op de plantage werden verbouwd.

Wat later in haar bestaan werd er ook veelteelt op de plantage gedreven en schapenwol geproduceerd. Op plantage Knip woonden en werkten tijdens de hoogtijdagen meer dan vierhonderd slaven. Deze slaven leefden in honderdvijfenzeventig houten hutten en vijf stenen bouwsels die op de plantage aanwezig waren.

Het geelgekleurde Landhuis Knip is voorzien van een zadeldak met rode dakpannen en heeft in totaal acht dakkapellen. Verder is de galerij uitgerust met een lessenaarsdak. Een galerij die bovendien geheel open is aan de oost- en zuidzijde.

Landhuis Knip is niet meer in het bezit van de beruchte slavenbel/slavenklok. De plaats waar de slavenbel hing is nog wel te bekijken. De slavenbel verhuisde ooit van Landhuis Knip naar Landhuis Girouette. Bij Landhuis Girouette hangt de slavenklok heden ten dage ook niet meer.

Landhuis Knip is in haar bestaan twee keer grondig gerestaureerd. Dat gebeurde in 1939 en 1985. De jaartallen van deze verbouwingen staan in de gevels van het landhuis gegraveerd. Landhuis Knip ligt vlak in de buurt van één van de mooiste stranden van Curaçao; ‘Grote Knip’. Grote Knip is enorm populair bij zowel locals als bij toeristen. Je kunt er heerlijk zonnen, zwemmen, snorkelen en sportduiken.

Landhuis Knip heeft een heel belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Curaçao. Op Landhuis Knip begon namelijk op 17 augustus 1795 de grootste slavenopstand van heel de Caribische archipel. De aanleiding voor deze slavenopstand was een collectieve straf die de slaven op plantage Knip hadden gekregen. Zij moesten een deel van hun weekrantsoen inleveren. De slaven pikten dit niet en legden hun werk neer. Onder leiding van slaaf Tula, besloten ze vervolgens om naar Willemstad te togen.

Tijdens deze reis naar de hoofdstad van Curaçao sloten zich steeds meer slaven aan bij de muitende slaven. Op een bepaald moment bestond de groep uit meer dan tweeduizend slaven. Onderweg werden er veel vernielingen aangericht. Landhuis Hermanus en de magazijnen van Landhuis Ascencion werden platgebrand. Tevens werd plantage Hermanus leeggeroofd.

Uiteindelijk werd de groep met heel veel geweld neergeslagen door de politie en werden de leiders (Tula, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao) van de slavenopstand uiteindelijk tot dood veroordeeld. Heden ten dage wordt Tula op Curaçao nog steeds als een held gezien. In Willemstad bij het Slavenmonument wordt hij derhalve geëerd.